O JEE, water in de kruipruimte! Wat nu?

Een te hoge of te lage grondwaterstand kan grote problemen opleveren voor woningeigenaren. Het is de taak van de gemeente grondwateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Maar bewoners hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. Hoe ziet dat precies?

In Nederland hebben zo’n 260.000 woningen te kampen met oprukkend grondwater. Tuinen, kruipruimtes en kelders worden nat en het water trekt op in de muren. Er ontstaat een vochtig binnenklimaat, met gezondheidsklachten en ongedierte als vervelende gevolgen. Jason Zondag, adviseur watermanagement bij de gemeente Rotterdam, spreekt dagelijks bewoners die last hebben van het grondwater. “Rotterdam ligt al laag, en bepaalde wijken komen jaarlijks nog eens 1 tot 2 centimeter lager te liggen. Dat komt doordat de klei- en veenlagen in de bodem slap zijn en gemakkelijk samendrukken. En omdat het grondwater niet mee zakt, wordt het verschil tussen maaiveld en grondwaterstand steeds kleiner.” Het probleem van overtollig grondwater speelt niet alleen in het westen van Nederland, maar bijvoorbeeld ook in de Drentse stad Hoogeveen. “Hoogeveen ligt in een overgangsgebied van zand- naar veengrond, een van de meest complexe bodemstructuren van Noord-Nederland. Plaatselijk zitten er venige en lemige lenzen in de bodem, die verhinderen dat het hemelwater naar beneden zakt. Vooral de zuidelijke helft van de stad heeft serieuze grondwateroverlast. Daar liggen wijken uit de jaren zestig en zeventig, op grond die slecht bouwrijp is gemaakt”, zegt Thomas Klomp, waterspecialist bij de gemeente Hoogeveen.

Wettelijke zorgplicht
Mensen die grondwateroverlast hebben, melden zich doorgaans bij de gemeente. Die komt dan niet meer weg met een reactie als: jammer, maar dat is ons probleem niet. Sinds 2008 hebben gemeenten namelijk een actieve grondwatertaak. Deze grondwaterzorgplicht uit de Waterwet houdt in dat zij maatregelen moeten nemen om structurele grondwaterproblemen in het openbaar gebied zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Hoe gemeenten dit precies doen en welke normen zij daarbij hanteren, moeten zij zelf uitmaken. De zorgplicht betekent echter niet dat een gemeente altijd maar maatregelen moet nemen als een burger klaagt, aldus Peter de Putter van Sterk Consulting, die overheden en burgers juridisch advies geeft bij (grond)waterproblemen. “Het gaat erom dat de gemeente zorgvuldig onderzoekt hoe de waterproblemen ontstaan en welke maatregelen mogelijk zijn. Maar het kan vervolgens heel goed zijn dat bewoners zelf maatregelen moeten nemen, al moet de gemeente dan wel goed uitleggen waarom zij niet de portemonnee trekt.”

Rotterdamse norm
Op grond van de zorgplicht doet de gemeente Rotterdam maandelijks metingen in 2.000 peilbuizen die verspreid door de stad liggen. Zo controleert zij hoe hoog het grondwater staat in het openbaar gebied. Zondag: “Dat levert nuttige informatie bij de behandeling van meldingen over te hoog grondwater. Staat het grondwater dieper dan 80 centimeter onder het straatniveau, dan voldoet de grondwaterstand aan de Rotterdamse norm. Toch komt het voor dat mensen dan nog steeds water in hun kruipruimte hebben, bijvoorbeeld omdat die heel diep is of omdat de grond onder hun tuin slecht doorlaatbaar is. Dan is het aan henzelf om maatregelen te nemen.” Deze huiseigenaren kunnen bijvoorbeeld de muren van hun kelder laten impregneren om ze waterdicht te maken of de vochtige bodem van de kruipruimte ophogen met zand of schelpen. Of ze leggen rondom hun huis en in de tuin een eigen drainage aan, zodat het grondwater beter wegstroomt naar het openbare gebied. Zondag: “Dan bestrijden zij niet alleen de symptomen, maar ook de oorzaak van het probleem. Omdat wij een ontvangstplicht hebben voor overtollig grondwater, kunnen de mensen hun drainage aansluiten op ons drainagestelsel of, als dat er niet is, de riolering.”

Dit is een deel van een artikel uit H2O 2018 (nr4). Het hele artikel kun je hier lezen.